Ik ben heel vaak bang. Voor van alles en nog wat. En nou moet ik zeggen, moeder worden lost een hoop op wat dat betreft, je wordt er een stuk dapperder van. Maar nog steeds heb ik angsten, waarvan ik weet dat ze niet belangrijk of nuttig zijn, maar daarvan gaat de angst niet over. Als je nadat je dit gelezen hebt, denkt dat ik een kind van 6 ben, dan ben je vrij mijn identiteitsbewijs te bekijken. Ik check het zelf ook nog regelmatig.
Geesten, dode mensen, demonen en dat soort dingen
Ik weet niet waarom ik hier zo bang voor ben. Ik heb in mijn leven nauwelijks horrorfilms gezien, of horrorboeken gelezen.

Misschien is het door het feit dat ze al dood zijn – en ik ze dus niet meer dood kan maken. Maar ik kan ze om de één of andere reden tot in het kleinste detail voor de geest halen. En dan lekker op van die momenten dat het huis donker is, ik alleen ben en ergens een geluidje hoor. Heerlijk.
Natte badkamer- of zwembadvloeren
Ja. Niet echt een angst, meer een walging. Eigenlijk alles wat met mijn natte, blote voeten in aanraking komt.
Naalden
Ik ben er op zich niet heel erg bang voor. Maar wel voor het feit dat ik ie-de-re keer weer óf flauwval, of ga overgeven. Of allebei. Hoe rustig ik me ook hou, hoe erg ik ook aan andere dingen denk terwijl ik de andere kant op kijkt. Zelfs als ik in een stoel zit, val ik flauw. Heel vervelend…
Onweer
Jep. Zielig he? Maar stiekem denk ik dat er nog veel meer mensen die dit lezen stiekem bang zijn voor onweer. Of ze zeggen ‘Ik ben er niet bang voor, ik vind het alleen niet prettig’ (wat, zoals alle vrouwen weten, mannentaal is voor ‘Ik ben er bang voor.’).
Schreeuwende/luidruchtige mensen
Ik ben, toen ik iedere dag dat rot eind naar Rijswijk of Rotterdam fietste om naar school te gaan, een hoop gepest op de fiets. Op de fiets ja! Dan kwam je zo’n groepje scholieren tegemoet, je hoorde ze al van een kilometer afstand omdat ze zo hun best deden om de grappigste te zijn, en dan wist je: die gaan iets roepen. Het is me later nog vele malen gezegd als ik dit vertelde: dat ligt aan je houding, als je bang bent, zien ze dat en maken ze er misbruik van. Dat weet ik. Dat wist ik toen ook. Maar dit is het allerslechtste advies dat je kunt geven aan een bangerik: ‘they smell your fear’. Daar word je alleen maar banger van, en omdat je banger wordt, wordt je banger van het feit dat je banger bent dan eerst. En uiteindelijk kom je daar aan, in elkaar gedoken, hopend dat ze je niet zien, maar uiteraard tevergeefs. En des te harder komen de woorden aan.
Dus ja, ik ben een bangerik. En de grootste hindernis is mijn fantasie: ik zie alles tot in de detail voor me, voordat er ook maar iets is gebeurd. Ik ben dus eigenlijk banger voor mijn eigen inbeeldingsvermogen dan voor de angst zelf..




